“Nee we zijn niet samen, héél gewoon vrienden niet meer dan dat. “
Ik herhaal dat zinnetje iedere dag, misschien wel vijf keer. Niet omdat ik wil, nee omdat ik moet. Ik kan het hem niet aandoen. Ik zou het zo graag van de daken schreeuwen dat ik hem graag zie, maar daar is geen sprake van. Hij houdt niet van mij… en hij weet zelfs niet dat ik van hem hou.
Het begon allemaal die eerste keer dat ik hem tegen kwam, hier op de gang op kot. Die lach op zijn gezicht en die blinkende ogen. Ik hoorde zelfs niet dat hij me aansprak, hij wist niet waar hij een nieuwe lamp kon vinden voor in zijn kamer. En sinds die lamp zijn we onafscheidelijk…
Op elke feestje probeer ik het hem duidelijk te maken, dat mijn hart enkel voor hem klopt. Zijn ogen zijn enkel op haar gericht… zij die met haar bruine kijkers zijn hart telkens weer verovert. De laatste weken wordt het enkel erger. Wanneer ik zijn hand in de mijne neem schud hij zich los en loopt hij van me weg… naar haar. Hij laat mij alleen staan, gaat haar achterna…
Hij glijdt door mijn vingers, hoe lang zal hij het nog volhouden. Voor hij mij verlaat en haar kiest… Hoe lang nog voor ik een herinnering zal zijn en zij een droom?