Het start al bij de verhaaltjes voor het slapengaan, waarin we vertelt worden over prinsen en prinsessen. Een groot avontuur en daarna leefden ze nog lang en gelukkig. We speelden de sprookjes na met onze barbies, kropen zelf in roze prinsessenjurkjes en droomden van een toekomst met onze prins in een groot kasteel.
Toen we wat ouder werden wisten we wel dat we nooit geen prinsesje zouden worden, maar als de juf op school ons vroeg een tekening te maken van onze grote droom, tekenden we allemaal onszelf, een man en twee kinderen. Voor eeuwig en altijd…
Nog later in de tijd dat we alle Amerikaanse soaps geloofden zagen we onszelf trouwen in een wit kleed, de bloemen al gekozen, zelfs de namen voor onze kinderen hadden we al opgeschreven. We wisten hoe het zou zijn en waren niet van plan om er een stap van af te wijken.
En dan…onze eerste grote liefde. De eerste maanden op roze wolkjes, stiekem kussen in de bosjes, handen vasthouden, je initialen in een boom, koosnaampjes voor elkaar. En dan dumpen ze ons. Iemand anders, hij wil zich nog niet binden, hij vindt ons te bazig of te jaloers. Verdwijnt uit ons leven en daar staan we dan, alleen en een illusie minder: eeuwige liefde bestaat enkel in sprookjes, in onze dromen, in het paradijs van de tv.